Home TOFS/OA
15 mogelijke oorzaken of verbanden bij een verstoorde mondmotoriek

  1. Het kind heeft onvoldoende hoofd­ en rompbeheersing om doelmatig slikken te ondersteunen.
  2. Motorische handelingen die even­wicht vereisen, veroorzaken het kwijlen omdat de controle over het speeksel dan minder is.
  3. Het kind krijgt tanden waardoor verhoogde speekselproduktie en kwijlen wordt veroorzaakt.
  4. Het kind slikt onvoldoende vaak, waardoor het teveel aan spuug over­gaat in kwijlen.
  5. Het kind slikt ondoelmatig wat leidt tot buitensporig kwijlen.
  6. De slechte kaakstabiliteit maakt doel­matig slikken moeilijk en kan de oor­zaak van het kwijlen zijn.
  7. Toename of afname van spierspan­ning/tonus in de wangen en lippen kan leiden tot ondoelmatig doorslik­ken en tot buitensporig kwijlen.
  8. Het kwijlen kan veroorzaakt worden door de voortdurend openstaande mond, waardoor het speeksel zich niet verzamelt. Daardoor ontbreken de drukprikkels die nodig zijn om het slikken op gang te brengen.
  9. De mondpositie kan verband houden met een slechte spierfunctie en spier­coördinatie, of met een verstopte neus en chronische infecties van de boven­ste luchtwegen.
  10. Het voortdurend natte gezicht, door het kwijlen, vermindert de zintuiglijke prikkels die nodig zijn om het slikken opgang te brengen.
  11. Het kwijlen kan een kind gebruiken als een middel om aandacht (en macht) te krijgen.
  12. Het niet functioneren van de schedel-zenuwen kan een onvoldoende be­heersing van het slikmechanisme veroorzaken.
  13. Toename van de speekselproduktie kan een bijwerking zijn van sommige medicijnen of het kan een allergische reactie zijn.
  14. Toename van de speekselproduktie wordt veroorzaakt door het eten van zoet voedsel.
  15. Het kind heeft vaak een verstopte neus en chronische infecties van de boven­ste luchtwegen.