|
De 'Rugzak' heet officieel 'leerlinggebonden financiering' (lgf). Deze financiering is mogelijk dankzij de wet op de leerlinggebonden financiering. Deze wet maakt het mogelijk dat ouders van een kind met een beperking kunnen kiezen tussen:
• een reguliere (gewone) school met leerlinggebonden financiering (Rugzakje)
• of een school voor speciaal onderwijs.
Voorwaarde hiervoor is wel dat hun kind een indicatie heeft. Een indicatie moet in principe door de ouders worden aangevraagd bij een commissie voor indicatiestelling (CvI). In uitzonderlijke gevallen kan een school een indicatie aanvragen. De criteria en onafhankelijkheid van de commissies zijn bij wet geregeld. Dat betekent dat overal in het land dezelfde criteria worden gehanteerd.
Een Rugzak (leerlinggebonden financiering) is mogelijk in het:
• basisonderwijs (reguliere basisschool en speciale basisschool (sbo))
• voortgezet onderwijs (incl. leerwegondersteuning (lwoo) en praktijkonderwijs (pro))
• middelbaar beroeps onderwijs (mbo, roc)
Regulier onderwijs
Wanneer ouders na indicatie kiezen voor een reguliere school, dan krijgt de school waar het kind ingeschreven staat extra geld om hun kind extra te kunnen helpen. (De school moet wel melden dat ze een rugzakkind heeft.) Het kind brengt dus extra geld als het ware in een Rugzakje met zich mee. Uit het Rugzakje worden betaald:
• extra formatie (uren personeel),
• ambulante begeleiding,
• extra materiaal (leer- en hulpmiddelen)
De school stelt in overleg met de ouders een handelingsplan op over doel en wijze waarop het onderwijs voor het kind wordt aangepast en dus de middelen uit het rugzakje worden ingezet. Ook hierover leest u verderop meer.
Speciaal onderwijs
Met de indicatie kunnen ouders ook kiezen voor een speciale school van het type dat in de indicatiebeschikking wordt genoemd. Ook dan hebben de ouders inspraak in het onderwijs aan hun kind omdat in overleg met hen het handelingsplan voor hun kind wordt opgesteld.
De Rugzak - of leerlinggebonden financiering - is bedoeld voor kinderen met een beperking die extra voorzieningen nodig hebben om regulier (gewoon) basis-, voortgezet en mbo-onderwijs te volgen. Beperkingen die recht kunnen geven op een Rugzak zijn onderverdeeld in vier groepen, clusters:
• cluster 1: visueel gehandicapte kinderen (voor hen geldt een aparte regeling);
• cluster 2: dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraak/taal-moeilijkheden;
• cluster 3: lichamelijk gehandicapte kinderen, verstandelijke gehandicapte kinderen, meervoudig gehandicapte kinderen en langdurig zieke kinderen;
• cluster 4: kinderen met ernstige psychiatrische of gedragsproblemen (bv. autisme).
Het gaat dus om kinderen die zonder extra begeleiding geen reguliere school kunnen bezoeken. Zonder Rugzak zouden veel van deze kinderen aangewezen zijn op een speciale school (so, vso).
Meer weten? http://www.50tien-oudersenrugzak.nl
|