Eten en drinken na een slokdarmafsluiting

Wanneer een kind geboren wordt met een slokdarmafsluiting kan het niet zelf gaan drinken. De slokdarmafsluiting dient eerst operatief hersteld te worden. Enkele weken na de operatie kan over het algemeen begonnen worden met het aanbieden van drinken via de mond.

De normale ontwikkeling van het eten en drinken kan in verschillende fasen worden ingedeeld: borst-/flesvoeding, lepelvoeding, kauwen en uit een beker drinken. Hieronder zal kort ingegaan worden op de verschillende fasen van de ontwikkeling van het eten en drinken en zullen tips worden gegeven specifiek gericht op een kind met een slokdarmafsluiting.

Ontwikkeling van het drinken aan de borst/uit de fles

Een kind wordt geboren met een aantal belangrijke voedingsreflexen die ertoe bijdragen dat het voeden op gang kan komen, terwijl de mondmotoriek zich nog moet ontwikkelen. Na 3 tot 5 maanden zal de reflexactiviteit afnemen en de mondmotoriek beter ontwikkeld zijn. Daarnaast ontwikkelt zich de smaakontwikkeling en verandert de gevoeligheid in de mond.

Een kind geboren met een slokdarmafwijking zal in eerste instantie sondevoeding krijgen. De periode van sondevoeding kan variëren van enkele dagen tot weken. In die periode is het van belang het kind positieve ervaringen in het mondgebied op te laten doen, de zuigreflex in stand te houden en de mondmotoriek zo goed mogelijk te stimuleren.

Tips:

  • Stimuleer het zuigen bij het kind door het te laten zuigen op fopspeen of pink van ouder
  • Bied een drup moedermelk of kunstvoeding aan op de fopspeen/pink ten behoeve van de smaakontwikkeling

Ontwikkeling van het eten van de lepel

Rond de leeftijd van 3 à 5 maanden neemt de reflexactiviteit in het mondgebied af en kan het kind door de reeds opgebouwde ervaring meer willekeurig de lippen, wangen en tong gaan bewegen. Rond die leeftijd wordt er dan ook vaak gestart met het aanbieden van voeding van de lepel. Een kind doet er gemiddeld zo’n 7 weken over om het eten van de lepel goed onder de knie te krijgen.

Tips:

  • Indien het drinken uit de fles of borst niet goed op gang komt, kan er gekozen worden om te starten met het aanbieden van lepelvoeding. Start met voeding met een neutrale smaak (bijv. lauw water)
  • Indien lepelvoeding goed gaat, bouw dit dan langzaam op met meer smaak en in meer dikkere substanties. Vaak wordt er begonnen met zachte smaken zoals peer, banaan, mango, pap, vla sperzieboontjes of wortel

Ontwikkeling van het kauwen

Vanaf ongeveer 6 à 8 maanden kan er gestart worden met het aanbieden van vast voedsel. Lukt het niet om voor het eerste levensjaar het kauwen goed te ontwikkelen, zal het aanbieden van vast voedsel gepaard gaan met kokhalzen en of weigeren en moet het kauwen voorzichtig worden aangeleerd.

Bij een kind met een slokdarmafsluiting zal er soms pas later gestart worden met het aanbieden van vast voedsel. Van belang is wederom om de ervaringen positief en veilig te laten verlopen.

Kokhalzen wordt vaak als iets negatiefs gezien, echter uit onderzoek is gebleken dat kokhalzen bij meer dan de helft van de normaal ontwikkelde kinderen kan voorkomen en dat dit vanzelf overgaat. Het idee is dat kinderen eraan moeten wennen dat voedsel wat langer in de mond gehouden moet worden. Wanneer een kind echter na een aantal weken nog steeds kokhalst op vast voedsel of weigergedrag gaat laten zien, is het van belang extra aandacht aan het kauwen te besteden. Het is dan van belang om een goede opbouw en manier van aanbieden van vast voedsel aan te houden.

  • Voeding die snel uit elkaar valt (babykoekjes) tot compacte voeding (brood)
  • Voeding met weinig smaak (soepstengel) tot voeding met veel smaak (chips met scherpe smaak)
  • Voeding met ruw oppervlak (beschuit, cracottes) tot voeding met glad oppervlak (stukjes peer)
  • Losse stukjes (stukjes groente of fruit) tot gladde voeding met stukjes (potjes 8-12 maanden)

Tips:

  • Raadpleeg de kaart “Kijk eens wat ik eet!” van VOKS
  • Let tijdens het eten op aanwijzingen van een mogelijke vernauwing van de slokdarm: bijv benauwd gevoel rond wegslikken van vast voedsel, het weigeren van voedsel na een paar hapjes

Ontwikkeling van drinken uit een beker / uit een rietje

Vanaf de leeftijd van 8 à 10 maanden wordt veelal gestart met het aanbieden van slokjes drinken uit een open beker of tuitbeker. De tuitbeker kan een tussenoplossing zijn tijdens de overgang naar het drinken uit een beker. Het drinken uit een rietje kan naast het drinken uit een tuitbeker de zelfstandigheid van het kind bevorderen bij het drinken uit een beker. Drinken uit een rietje is complexer dan drinken uit een tuitbeker en leren kinderen vaak in het tweede levensjaar.

De rol van een prelogopedist

Een prelogopedist is een logopedist die zich specifiek heeft bijgeschoold om kinderen met eet-/drink- en slikproblemen te onderzoeken en te begeleiden. De taak van de prelogopedist is om te diagnosticeren waar de voedings-/slikproblemen door veroorzaakt worden en daarna het begeleiden van kind en omgeving om zo het voedingsprobleem op te lossen. Daarnaast kan zij een toegevoegde waarde zijn bij de afbouw van sondevoeding en de opbouw van orale voeding (in samenwerking met ouders, arts en diëtist).

Conclusie

De ontwikkeling van het eten en drinken gaat bij kinderen met een slokdarmafsluiting veelal zonder grote (mondmotorische) problemen.

Algemene tips:

  • Tijdens het eten/drinken is het van belang dat het kind zo rechtop mogelijk gevoed wordt om de zwaartekracht mee te laten werken tijdens de transportfase van het eten/drinken via de slokdarm naar de maag
  • Zorg als ouders zijnde dat je een EHBO cursus hebt gevolgd zodat je weet wat je moet doen bij mogelijke “verslikincidenten”
  • Zorg dat het kauwen in stappen getraind wordt en bied pas stukjes hard fruit en/of rauwe groente aan wanneer het kauwen erg goed getraind is
  • Zorg dat het eten niet gehaast gaat
  • Laat het kind tijdens het eten regelmatig slokjes drinken om mogelijke stukjes “weg te spoelen”

www.prelogopedie.nl

www.hoera-ik-eet.nl

 

  • Meld je aan voor de nieuwsbrief
  • Sluit je aan bij VOKS
  • VOKS evenementen