Luchtwegproblemen

Longproblemen

Veel slokdarmpatiëntjes hebben in hun eerste levensjaren last van luchtweginfecties. Deze keren vaak terug. De infecties kunnen worden veroorzaakt door reflux, het terugstromen van maagzuur in de luchtpijp. Dit zuur irriteert de luchtwegen en kan infecties tot gevolg hebben. Maar ook door afwijkingen aan het slijmvlies, de vertakkingen van de luchtwegen, bronchiën of de luchtpijp zelf kunnen infecties ontstaan. Opvallend is het vele hoesten, met name ’s nachts. Dit kan erg vermoeiend zijn.

Slappe (achter)wand van de luchtpijp

De meeste kinderen met een slokdarmafsluiting hebben een slappe wand van de luchtpijp. De slappe plek kan zitten op de plek waar de fistel heeft gezeten. Het ontbreken van stevigheid is meestal een gevolg van de abnormale aanleg van de luchtpijp. Die ontstaat uit hetzelfde weefsel als de slokdarm en kan daardoor ook niet goed gevormd zijn. De buis is normaliter verstevigd met kraakbeenringen. Bij het in- en uitademen staat de luchtpijp open, maar in geval van een slappe achterwand kan de luchtpijp bij uitademing worden dichtgedrukt. Doordat de opening klein wordt, kan de lucht er moeizaam door. Reflux en bijvoorbeeld huilen, verergeren dit moeilijke ademhalen. De gevolgen van een slappe wand van de luchtpijp variëren van een ‘zeehondenhoestje’, waarbij de luchtwegen meetrillen, tot herhaalde luchtweginfecties en flinke benauwdheid. Deze problemen doen zich meestal voor in de eerste levensmaanden en zijn het hevigst tussen de zesde en twaalfde maand. Daarna nemen deze problemen geleidelijk af; de kraakbeenringen in de luchtpijp worden steviger en de doorsnee ruimer, doordat het kind groeit. Kinderen met ernstige, problematische benauwdheid komen in aanmerking voor een operatie waarin een chirurg de voorwand van de luchtpijp naar voren trekt en op enkele punten vastmaakt aan het borstbeen.

  • Meld je aan voor de nieuwsbrief
  • Sluit je aan bij VOKS
  • VOKS evenementen